Overslaan en naar de inhoud gaan

In de ban van de reus...

Reuzen kennen we natuurlijk allemaal. Deze wonderlijke wezens duiken dan ook in tal van oude verhalen, sagen en legenden op. Uit de Griekse mythologie herinneren we ons bijvoorbeeld Atlas, die de wereld op zijn schouder droeg, en in de Bijbel krijgt David de reus Goliath klein. Ook nu nog maken geregeld nieuwe reuzen hun entree. Heel wat mensen zullen je bijvoorbeeld meteen kunnen vertellen wie de GVR* is en ook halfreus Hagrid uit de Harry Potter-verhalen is zeker geen onbekende. Reuzen spreken in ieder geval al heel lang tot de verbeelding. Gewoonlijk worden ze voorgesteld als gigantische figuren met een enorme kracht. Dat betekent niet noodzakelijk dat ze kwaadaardig zijn: reuzen kunnen zowel goden en helpers als monsters voorstellen. Met de bouw van gigantische poppen werden deze fantastische figuren vanaf de Middeleeuwen in heel wat Europese landen ook werkelijk tot leven gebracht. De oudste Belgische reuzen zijn dan ook al honderden jaren oud. Het Ros Beiaard van Dendermonde en Gouyasse van Ath dateren bijvoorbeeld uit de late 15de eeuw en de Reus van Mechelen uit 1492 vormt samen met de Reuzin uit 1549, Grootvader uit 1600 en de reuzenkinderen Janneke, Mieke en Claesje uit 1618 de oudste voltallige reuzenfamilie van België. In veel gebieden is de reuzencultuur ondertussen uitgedoofd, maar in Vlaanderen is dat niet het geval.
Hoeveel reuzen er precies zijn, kan voorlopig niemand zeggen. In Reuzen in Vlaanderen uit 1985 schat auteur Renaat van der Linden hun aantal op 1700. Over recentere cijfers beschikken we helaas niet, maar Johan Vencken, voorzitter van de Confrérie van de Vaantjesboer uit Halle, is in ieder geval optimistisch: “Toen ik in 2008 op zoek ging naar reuzen die in de eerste editie van de reuzenoptocht in Halle wilden meelopen, leerde ik een paar echte reuzenfanaten kennen. Via hun inventarissen kwam ik al snel aan lijst van 400 reuzen en dat is volgens mij nog echt maar een begin.”.
Wat wel helemaal zeker is, is dat reuzen in alle vormen en kleuren bestaan. Op basis van wie of wat een reus voorstelt, onderscheidt dr. Henri Vannoppen zo’n 15 reuzentypes. Zo geven reuzen zoals Mercator uit Rupelmonde en Hertog Jan I uit Leuven bijvoorbeeld gestalte aan historische figuren, terwijl Trieneke van Schoonaarde uit Erps-Kwerps een dorpsfiguur weergeeft. Tist de Bezembinder en Triene de Taartenbakster uit Sint-Genesius-Rode zijn dan weer reuzen die een ambacht uitbeelden. Voor Gust de Witloofboer daarentegen werd inspiratie gevonden in een streekproduct en soms beeldt een reus ook een bijnaam uit, zoals dat met de Halse Vaantjesboer het geval is. En zo kunnen voor elk type reus een aantal voorbeelden opgenoemd worden.
Elke reus heeft zo een eigen verhaal dat hem aan een bepaalde stad of wijk verbindt. Veel steden en gemeenten beschouwen hun reuzen dan ook als vooraanstaande inwoners en schrijven hen zelfs officieel in hun bevolkingsregister in. Voor een aantal reuzen werd zelfs een heuse geboorteakte opgesteld en een doopplechtigheid georganiseerd. Huwelijken tussen twee reuzen zijn eveneens niet ongewoon en daarna kan een reuzenpaar ook aan kinderen beginnen. Bij reuzen kan het trouwens soms bijzonder snel gaan: in bepaalde gemeenten hadden alle plechtigheden op een en dezelfde dag plaats! In de loop der tijd is het jammer genoeg ook al gebeurd dat een reus vergeten wordt of beschadigd of verslaten raakt, maar zelfs dan wordt soms nog de nodige eer bewezen. Er wordt bijvoorbeeld een doodsbrief of een overlijdensakte opgesteld of er gaat een begrafenisstoet uit. Het mag intussen wel duidelijk zijn dat de reuzencultuur een boeiende wereld op zich is. Ben je nieuwsgierig naar meer? De knop reuzenrituelen brengt je naar een uitgebreid artikel over dit onderwerp.
* De GVR is natuurlijk de Grote Vriendelijke Reus, het personage uit het gelijknamige kinderboek van Roald Dahl.
Volkskunde Vlaanderen, 'In de ban van de reus', De Gazet. Over het alledaagse van vroeger en nu 4, Gent, 2010, p. 8.
De grootste
'Groot, groter, grootst!” moeten ze in Nieuwpoort ooit gedacht hebben en dat heeft in de praktijk een wel heel bijzonder resultaat opgeleverd. We hebben het hier natuurlijk over Jan Turpijn, de grote trots van de Nieuwpoortse reuzengilde, die met zijn 10,4 m letterlijk en figuurlijk met kop en schouders boven alle andere reuzen uitsteekt. Daarmee laat hij niet alleen de concurrentie in Vlaanderen ver achter zich: ook elders in Europa kan geen enkele gedragen reus zich meten aan deze Nieuwpoortse gigant. Jan Turpijn zag een eerste keer het levenslicht in 1924. Zijn naam dankt hij aan een beroemde Nieuwpoortse burgemeester uit de 16de eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de stadsreus het hard te verduren: zijn geraamte overleefde het helaas niet, maar zijn hoofd - dat diep in het zand verborgen werd - kon wel aan de vernieling ontsnappen. In 1962 vonden enkele mensen met een hart voor reuzen het hoog tijd om de Nieuwpoortse reuzengilde nieuw leven in te blazen en zo werd de stadsreus herboren als Jan Turpijn II. Omdat woorden niet altijd alles zeggen, geven we graag wat cijfers mee om duidelijk te maken hoe indrukwekkend deze reus wel is. Had jij bijvoorbeeld kunnen vermoeden dat Jan Turpijn 760 kilo weegt? Om hem voort te bewegen zijn dan ook 24 dragers nodig. Zij zitten onder zijn rok verborgen en tillen hem met behulp van schouderriemen op. In zijn rok en de rest van zijn outfit is trouwens 120 m² stof verwerkt en aan het onderstel van zijn metalen geraamte kwam niet minder dan 143 m buizen te pas. Samen met Goliath, Griete, Puuptje, Rozalinde en de heks Jacqueline vormt Jan een hechte reuzenfamilie, die zowel in het binnen- als in het buitenland monden doet openvallen van verbazing. De Nieuwpoortse reuzen zijn dan ook de ideale stadsambassadeurs!
(http://reuzengildenieuwpoort.blogspot.com)
De kleinste
Wie na de grootste reus ook graag de kleinste eens in actie wil zien, moet absoluut naar Borgerhout. Daar gaat namelijk al sinds 1712 ieder jaar in september een reuzenommegang uit. De hoofdrol in die optocht is jaar na jaar weggelegd voor de “Reuzekens van Borgerhout”. Omdat een gewaarschuwd man er nog steeds twee waard is, geven we je nu al mee dat Reus, Reuzin, Kinnebaba en Dolfijn in geen tijd je hart zullen veroveren. De Reuzekens van Borgerhout zijn namelijk ‘dwergreuzen’ die amper een hoofd groter zijn dan een volwassen mens. Hun ‘reusachtigheid’ blijkt dan ook vooral uit hun dikke lijfjes en grote hoofden. In combinatie met hun 18de-eeuwse kleren en hoedjes zorgt dat voor een erg hoge aaibaarheidsfactor. Heel bijzonder is dat de Reuzekens tijdens de ommegang menuetten dansen. Dat zijn Franse dansen in een driedelige maatsoort. Ze worden uitgevoerd op de Reuzenwagen, een soort kar met een grote dansvloer die door 4 paarden wordt voortgetrokken. Terwijl ze dansen, kunnen de Reuzekens altijd op het gezelschap van de dansmeester rekenen. Hij geeft hen de maat aan en dirigeert ook de zes muzikanten die achteraan op de wagen zitten. Ook voor de schenker is er steevast een plekje gereserveerd op de Reuzenwagen. Zijn naam maakt meteen ook duidelijk wat zijn taak is: hij is degene die ervoor zorgt dat de glazen op tijd bijgevuld worden. Verder worden de Reuzekens tijdens de Borgerhoutse optocht ieder jaar vergezeld door reuzenfamilies uit binnen- en buitenland. Samen vormen zij een bonte bende, die garant staat voor heel wat feestgedruis.
(http://www.everyoneweb.com/reuzekens)
De meeste
Zoals je hierboven al kon lezen, kan niemand precies zeggen hoeveel reuzen Vlaanderen de dag van vandaag nog telt. Naar hun verblijfplaats blijft het voorlopig dus gissen. Wel zeker is dat 31 ervan in Turnhout vertoeven. De Turnhoutse Reuzenclub hoort daarmee tot de grootste van Europa. Deze Reuzenclub is ontstaan uit twee groepen. Een eerste groep van 19 reuzen vormt samen een dorpsgemeenschap, die onder meer een burgemeester, een dame, een pastoor met zijn meid, een champetter, een rechter, een stroper, een postbode, een brandweerman, een heks en enkele boeren en boerinnen in haar rangen heeft. Deze reuzen dateren uit het interbellum en behoorden eerst toe aan de Kempische Reuzenclub. Daarnaast kan de vereniging ook uitpakken met een groep van 12 ‘kaartreuzen’. Zij geven op indrukwekkende wijze gestalte aan de boer, dame en heer van elke kleur uit het kaartspel. Op die manier vermaken ze niet alleen het publiek, maar brengen ze ook een boeiend stukje stadsgeschiedenis tot leven: Turnhout speelde in de 19de eeuw een grote rol in het vervaardigen van speelkaarten en groeide in de 20ste eeuw zelfs uit tot één van de belangrijkste producenten ter wereld. De Turnhoutse reuzen maken hun opwachting bij allerhande feestelijkheden in binnen- en buitenland. Met hun danspassen en bewegingen slagen zij er telkens moeiteloos in om de toeschouwers meteen te charmeren.
(http://www.reuzenclubturnhout.be)
Volkskunde Vlaanderen, 'Enkele bijzondere reuzen', De Gazet. Over het alledaagse van vroeger en nu 4, Gent, 2010, p. 8-9.
 
 Reuzen maken
De traditie wil dat reuzen niet gemaakt, maar “geboren” worden. Aan hun zogenaamde “geboorte” gaat natuurlijk heel wat ambachtelijk werk vooraf. Lieve Lieckens is mandenvlechtster en één van de weinige mensen in ons land die reuzen maakt. Zij vertelde Volkskunde Vlaanderen vzw met veel enthousiasme hoe het voor haar allemaal begon.
“Dat ik reuzen maak, is eigenlijk toevallig. Toen mijn kinderen al wat ouder waren, wilde ik graag iets leuks doen in mijn vrije tijd en zo ben ik samen met mijn zus een cursus mandenvlechten gaan volgen. Dat beviel me heel erg en al gauw werd mandenvlechten een echte hobby. Reuzen maken was eerst eigenlijk helemaal niet aan de orde, tot ik een jaar of tien geleden een telefoontje kreeg van een school uit Watermaal-Bosvoorde. De school had twee reuzen van meer dan 60 jaar in haar bezit en wilde die graag opnieuw laten uitgaan. Helaas bevonden de reuzen zich in een erg slechte staat. Ze waren op zoek naar iemand die het houten geraamte van de reuzen kon herstellen en zo kwamen ze bij mij terecht. Ik heb de reuzen toen meegenomen en ben thuis beginnen experimenteren. Herstellen was niet meer mogelijk, dus werd het uiteindelijk een kopie. Zo heb ik mijn eerste reus gemaakt. Daarna is de bal aan het rollen gegaan en sindsdien blijven er opdrachten komen. In de voorbije 10 jaar heb ik samen met mijn zus zo’n 30 reuzen gemaakt.”
Van wie komt zo’n verzoek om een reus te maken?
“Meestal zijn het de reuzengildes zelf die komen aankloppen. Veel daarvan worden doorverwezen door La Maison des Géants in Ath (Wallonië). Toen ik nog maar net reuzen maakte, ontdekte mijn man via internet hun bestaan. Ik heb toen contact met hen opgenomen en de timing had eigenlijk niet beter kunnen zijn, want net op dat moment waren zij op zoek naar een vervanger voor de gepensioneerde man die tot dan toe de reuzen voor hen gemaakt had. Bij wijze van proef hebben ze mij toen het onderstel van een reus laten hermaken. Ze waren heel tevreden over het resultaat en sindsdien werk ik dus geregeld voor reuzengildes die zij naar mij doorverwezen hebben.”
Hoe gaan jullie bij een opdracht precies te werk?
“Eerst wordt de reus naar mijn huis gebracht. Nagenoeg alle reuzen die hier belanden zijn er zo slecht aan toe dat een reparatie van het vlechtwerk niet kan volstaan en ze helemaal opnieuw gemaakt moeten worden. In al die jaren dat ik bezig ben is hier ook een paar keer een nieuwe reus “geboren”. Bij één daarvan had de opdrachtgevende vereniging vooraf zelf al helemaal uitgetekend hoe het geraamte er moest uitzien, welke afmetingen ze wilden en hoe ze de reus zouden kleden. Voor het geraamte van een reus gebruik ik eigenlijk net dezelfde vlechttechniek en houtsoort als voor manden. We maken telkens een apart boven- en onderstel. Met z’n tweeën doen we daar toch wel enkele weken over. De grootte van de reuzen die wij namaken, kan wel eens verschillen, maar gewoonlijk is het onderstel ongeveer 2 m hoog en het bovenstel ergens tussen 1m en 1,5m. Daar wordt dan nog eens het hoofd op geplaatst. Laten we dus zeggen dat de gemiddelde reus tussen de 3 en 4m groot is. Voor het hoofd en de kleren zorgen wij niet zelf; dat doet de reuzengilde.”
Zo’n reus neemt behoorlijk wat plaats in. Zorgt dat niet voor moeilijkheden?
“Ja, dat kan wel eens een probleem zijn. Bij een reus van 3 tot 4 meter is de diameter van het onderstel al gauw 130 tot 180 cm. Zo’n geraamte krijg je met de beste wil van de wereld niet door een gewone deur. Voorlopig zit er voor mij niks anders op dan de reuzen buiten te maken, maar dan moet het weer ook nog een beetje meewillen natuurlijk. Binnenkort komt daar wel verandering in: ik laat dan een dubbele deur in mijn atelier installeren, zodat ik bij slecht weer ook binnen kan werken.”
Had je eigenlijk meteen de goede techniek te pakken?
“Niet direct. Omdat ik geen reuzenmakers kende toen ik begon, kon ik niemand om raad vragen. Om de juiste werkwijze te vinden ben ik dan ook heel wat onderstellen van oudereuzen gaan bekijken en heb ik veel met dragers gepraat. Aanvankelijk gebruikten we in het onderstel onderaan één ring in rotan, waar de wilgentenen om heen geplooid en op vastgemaakt werden. Maar omdat de drager de reus veel moet optillen en neerzetten, sleet het hout op die manier te snel. Zo zijn we er toe gekomen om nog een tweede ring te maken onder de ring waarop de takken bevestigd zijn. Het onderstel is daardoor niet alleen steviger, maar ook beter bestand tegen slijtage.”
Heb je tot slot nog tips voor verenigingen die een reus bezitten en die goed willen bewaren?
“In de eerste plaats raad ik aan om regelmatig te controleren of het geraamte niet aangetast is door ongedierte. Als een reus uit wilg gemaakt is, doe je er ook goed aan om het vlechtwerk van het geraamte zo nu en dan eens goed nat te maken en het daarna weer te laten drogen. Zo voed je het hout, waardoor het stevig blijft. Dat is belangrijk, want droog hout breekt veel sneller af en we willen natuurlijk niet dat de reus kwetsbaar wordt.”
(http://www.mandenvlechten.be)
Volkskunde Vlaanderen, 'Reuzen maken', De Gazet. Over het alledaagse van vroeger en nu 4, Gent, 2010, p. 9.
ANDERE LITERATUUR
Ducastelle, J.-P., en L. Dubuisson, 'Keer weer om: zes eeuwen reuzen en ommegangen', Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen 48 (2010), nr. 2, middenkatern.
Kermue, R., 'Dans van de reuzen', National Geopgraphic Nederland-België z.j. (2008), p. 32-43.
Linden, R. Van der, Reuzen in Vlaanderen, Vlaams Boekenfonds N.V., Aartselaar,1986.
Daem, M., Reuzenliederen in Oost-Vlaanderen, Geers Offset, Gent-Oostakker,1989.
Commission Royale Belge De Folklore, Les géants processionnels en Europe, catalogue de l'exposition du 500e anniversaire du Goliath d'Ath, ministère de la Communauté française, Brussel, 1981.
WEBSITES
http://www.reuzeninvlaanderen.be
http://www.maisondesgeants.be
http://www.reuzenfederatie.nl
http://www.bloggen.be/stadsreuzen/